De Noord-Zuidverbinding Limburg: waar staan we in 2021?

Door Rita Moors op 6 april 2021

Al meer dan 40 jaar wordt er gezocht naar een oplossing voor de complexe puzzel van de Noord-Zuiverbinding in het noorden van Limburg. De huidige wegverbinding kan het stijgende aantal wagens en vrachtwagens niet opvangen en dat is nefast voor de mobiliteit en de bereikbaarheid van de regio. Het Complex Project Noord-Zuidverbinding Limburg ontwikkelt zich op twee snelheden: het onderzoek naar de fundamentele oplossingen voor de wegverbinding N74 en Spartacus Lijn 3. Maar het is veel meer dan alleen een verkeersknoop, het moet dé ontsluiting van Noord-Limburg worden, zowel via de weg als het openbaar vervoer. Vlaams volksvertegenwoordiger Rita Moors (N-VA) ondervroeg bevoegd minister Lydia Peeters daarover.

Decreet Complexe Projecten Noord-Zuidverbinding

Op 30 juni 2017 besliste de Vlaamse Regering om het project Noord-Zuiverbinding op te nemen in de procedure Complexe Projecten. Zo wou de regering zorgen voor een versnelling van het infrastructuurproject, waarvoor op 18 maart 2018 de eerste formele beslissing werd genomen. In oktober 2020 werden de oorspronkelijk zeven tracés gereduceerd naar drie tracés. “Gezien die tussenprocedure wijzigingen bevatte omtrent de alternatieven onderzoeksnota werd er gekozen om opnieuw een publieke raadpleging te laten gebeuren, alsook nogmaals advies in te winnen bij de verschillende stakeholders”, stelt Moors. “Als reactie op die tussennota werd er onlangs beslist om twee bijkomende alternatieven te onderzoeken voor de Noord-Zuidverbinding. Het gaat hierbij om ‘combinatiealternatieven’ op de bestaande alternatieven voor de ondertunneling van de Grote Baan.”

Twee bijkomende combinatiealternatieven

Die combinatiealternatieven zijn er gekomen op advies van de gemeente Houthalen-Helchteren maar ook vanuit het technisch en het ontwerpend onderzoek en vanuit milieuoverwegingen. “Daarop heeft men op basis van de twee bestaande alternatieven geopteerd om nog een aantal alternatieve combinaties te maken.”, weet Rita Moors. “Deze hebben niets met het vervoersmiddel te maken, wel met verschillende tunnels en doortochten op de twee alternatieven die er lagen met doortocht op de grote baan.”

De keuze van het vervoersmiddel

Intussen is er ook wat betreft de inrichting van het openbaar vervoer en diens gevolgen voor de ontsluiting van Noord-Limburg ongerustheid gegroeid. Volgens het Spartacusplan uit 2004 zou lijn 3 van Hasselt naar Lommel oorspronkelijk een sneltram krijgen. Omdat de afstand te groot was voor een klokvaste verbinding, is in 2013 beslist om spoorlijn 18 Hasselt-Neerpelt te heropenen en een trein te laten sporen op Spartacuslijn 3. “In de procedure van het Complex Project Noord-Zuid is de trein echter afgevallen, vooral omdat het tracé door waardevol natuurgebied loopt, maar ook omdat een tram meer reizigers zou trekken. Bijgevolg werd er terug overgegaan op een sneltram, over de Grote Baan in Houthalen-Helchteren en langs de N74 richting Pelt.”, licht Moors toe.

Recent bleek uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse dat een trambus of regiobus toch meer voordelen zouden hebben dan een sneltram. Rita Moors: “Een (tram)bus is vooral flexibeler en sneller inzetbaar. Eender welk vervoersmiddel met een spoorverbinding met bovenleiding geraakt niet in Hasselt of er zou een nieuwe spoorbrug over het Albertkanaal moeten komen. Het kostenplaatje en de realisatietijd pleiten duidelijk in het voordeel van de trambus, die trouwens ook wordt ingezet op Spartacuslijn 2 Hasselt-Maasmechelen.”

Welk vervoersmiddel het uiteindelijk ook moge worden is en blijft ondergeschikt aan het definitief tracé in het kader van het ontwerp voorkeursbesluit. “We wachten nu op de finale studies en de gedetailleerde maatschappelijke kosten-baten analyse die op dit moment lopende is en die, enerzijds betrekking heeft op het hele Complexe Project Noord-Zuidverbinding, maar anderzijds ook een vergelijking zal maken tussen de verschillende soorten hoogwaardig openbaar vervoer. De minister gaf daaromtrent wel al mee dat, om antwoord te bieden op de mobiliteitsproblematiek en de leefbaarheidsaspecten van de regio, het wat betreft het vervoersmiddel zal moeten gaan om een vervoersmiddel met een vrije bedding”, verklaart Moors.

Wat nu?

Voor het verdere verloop is het aan de de studiebureaus en de werkgroep om een ontwerp voorkeursbesluit voor te leggen. Vanaf dan is het eindelijk uitkijken naar de volgende formele beslissing van de Vlaamse regering, met name de goedkeuring van een voorkeurstracé.

“De toekomst voorspelt nog een moeilijke oefening. Als we doorheen de jaren iets hebben geleerd, is het wel dat de keuze van het vervoersmiddel minstens zo belangrijk is als de tracékeuze. Als Limburgse blijf ik me inzetten voor de realisatie van dit project.”, aldus een optimistische Moors. “Hopelijk brengt 2021 eindelijk vooruitgang voor wat betreft het project Noord-Zuidverbinding.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is